Kristof Ramon - Fotograaf in het peloton

Hoe ben je in de wielerfotografie terechtgekomen?

Kristof Ramon: "Ik heb filmschool gedaan en heb daarna gewerkt als televisieregisseur. In mijn opleiding zat ook een belangrijk deel fotografie, en dat is altijd een passie gebleven. De zaadjes van mijn liefde voor wielrennen zijn geplant door Mark Uytterhoeven en Wouter Vandenhaute toen ik stage deed bij het programma Het Huis van Wantrouwen. Die twee zijn nogal wielergek, en zo ben ik er ingerold.

Toen ik later een onderwerp zocht om me als fotograaf op te storten, lag wielrennen voor de hand. In Vlaanderen is die sport zo alomtegenwoordig en zo toegankelijk dat het heel makkelijk was om daar te fotograferen. Ik maakte portretten van wielrenners en die vielen op. Zo kreeg ik mijn eerste opdrachten. Twaalf jaar geleden heb ik dan de switch gemaakt en sindsdien ben ik fulltime wielerfotograaf, met mijn eigen klein agentschap."

Wat doet een wielerfotograaf?

"Ik volg het professionele wielrennen op de weg. Mijn agenda wordt dus volledig bepaald door het wielerseizoen. Het begint in december of januari met de trainingskampen. Dat is een heel toffe sfeer, omdat de renners tussen trainingen door nog tijd hebben om te relaxen en van de zon te genieten. In de lente zijn er de voorjaarsklassiekers in Vlaanderen. Dat is een heel intensief programma, met elk weekend en woensdag wedstrijden. Vanaf mei rijd ik mee in de grote rondes. Het najaar staat vooral in het teken van het WK wielrennen. Tijdens de wintermaanden fotografeer ik ook cyclocross – dat heeft het voordeel dat ik bij wijze van spreken van thuis uit kan werken."

In september 2021 vond het WK wielrennen in Leuven plaats. Hoe was dat voor jou?

"Ik heb drie jaar uitgekeken naar het WK in mijn thuisstad. Het is sowieso het allerbelangrijkste evenement in onze sport, en deze editie was heel bijzonder omdat het de eerste wedstrijd in anderhalf jaar was waar zo veel volk naartoe kwam. De ambiance was helemaal terug, en dat op een parcours dat ik ken als mijn binnenzak.

Bovendien was ik gevraagd door de lokale organisatie. Normaal mag je op een WK als fotograaf niet op het parcours komen. Er rijden maar twee fotografen mee in de koers – de officiële fotograaf van de UCI en een fotograaf van de organisatie. Zo kon ik voor de eerste en misschien laatste keer in mijn leven een WK van binnenuit fotograferen. Gevoelsmatig was dat het hoogtepunt van mijn carrière."

Er zijn veel fotografen die wielrennen fotograferen — hoe maak jij het verschil?

"Ik probeer verder te kijken dan de klassieke nieuwsfoto van een renner die over de streep komt. Ik probeer altijd een verhaal te vertellen. Ik maak iets bredere beelden die de omgeving mee vastleggen, die de ambiance rond de wedstrijd tonen. Als ze op kasseien rijden, zal je die kasseien zien. Zo onderscheid ik mij van de gangbare sport- en nieuwsfotografie, en dat heeft mij zeker geholpen om door te breken.

Ik denk dat er ook altijd iets cinematografisch in mijn foto’s zit. Mijn eerste passie was film, en ik bekijk foto’s als beelden uit een film. Dat bepaalt hoe ik kadreer en hoe ik focus op elementen. Ook in de kleuren en bewerking zit er altijd iets filmisch. Ik maak ook alleen maar liggende (horizontale) beelden, zoals in een speelfilm. Een nieuwsfotograaf zal ook staande foto's maken, omdat het op een pagina van een krant of magazine moet passen."

Hoe ziet je workflow eruit?

"Ik fotografeer in raw en moet mijn beelden na een wedstrijd altijd bewerken – wat soms langer duurt dan de wedstrijd zelf (lacht). Omdat ik niet voor een klassiek nieuwsagentschap werk, is het niet zo belangrijk dat ik mijn beelden supersnel lever. Mijn klanten weten dat ze iets langer op hun beelden moeten wachten, maar ze weten dat elk beeld dan ook goed is.

Ik maak een eerste selectie in Photo Mechanic. Tijdens een wedstrijd maak ik makkelijk een paar duizend foto's. Daarvan gooi ik er ongeveer driekwart meteen weg. In Photo Mechanic voeg ik ook metadata aan de foto toe, zoals info over wie en wat er op te zien is. Mijn selectie importeer ik dan in Lightroom en daar doe ik de basisbewerking. De afgewerkte beelden plaats ik op een server voor mijn klanten."

Welk materiaal neem je mee naar een wedstrijd?

"Als ik thuiskom, maak ik altijd eerst mijn cameratas voor de volgende dag klaar. Als ik zo moe ben dat ik in slaap val, is dat toch al gebeurd. Ik neem altijd drie camerabody’s mee. Twee daarvan hangen aan camerariemen rond mij zodat ik ze direct bij de hand heb. De derde dient als back-up en zit in een tas op de motor. Ik gebruik meestal drie objectieven: een telezoom zoals een 70-200mm of 100-400mm, een 24-70mm standaardzoom, en een prime. Die prime is meestal een 50mm: die gebruik ik voor portretten maar ook voor actie.

De lenzen zitten bij de start op de camera’s, zodat ik tijdens de wedstrijd geen objectieven moet wisselen. Daar is geen tijd voor, en bovendien zijn de omstandigheden er ook niet naar: stof, modder, regen, sneeuw of hagel…  Ik denk wel eens dat ik de brutaalste tester van fotomateriaal ben. 

Zo’n wielerwedstrijd is intens. Je zit achter op de motor, je camera’s botsen tegen elkaar, soms gaat het over kasseien of gravel… en daar komen de weersomstandigheden dan nog eens bij. En toch moet mijn camera aan de finish nog even goede foto’s maken als aan de start. Dat is niet evident."

Welk camera gebruik je daarvoor?

"Ik heb altijd met spiegelreflexcamera's van Nikon gewerkt. Sinds een paar weken werk ik met de Nikon Z 9. Ik had de Z 6 al gebruikt, maar toen ik de Z 9 in handen kreeg, was ik meteen onder de indruk. Ik heb altijd de ergonomie en de robuustheid van de Nikon camera’s gewaardeerd. Bij de Z 9 had ik meteen het gevoel: dit is hem. Hoewel de Z 9 lichter is dan een D5 of D6, voelt hij even robuust aan. Met kleinere camera’s heb je toch meer het idee dat je er voorzichtig mee moet omgaan."

Wat is je indruk van de hoge reekssnelheid en de autofocus van de Z 9?

"De Z 9 maakt meer beelden dan ik met mijn spiegelreflexcamera’s kon nemen, en dat is voor mij enorm belangrijk. In de wielersport is het goede moment direct voorbij, en mijn onderwerpen bewegen heel snel. Ik neem vaak een risico om een bepaalde sfeer of in beeld te nemen en soms lukt dat, soms niet. Met de Z 9 houd ik veel meer gelukte beelden over.

Het autofocussysteem van de Z 9 vind ik enorm performant. Ik heb de camera wel nog niet zo lang, en ik heb het gevoel dat ik er nog meer uit kan krijgen als ik de instellingen beter leer kennen.

Het mooie van Nikons Z systeem is ook dat het door software-updates nog veel beter kan worden. Ik weet zeker dat Nikon naar de feedback van collega’s en misschien van mijzelf luistert, en dat we het resultaat zullen zien in een volgende firmware."

Gebruik je ook Z objectieven?

"Ik heb besloten om meteen ook te investeren in de nieuwe Z objectieven, al vind ik het heel fijn dat oude lenzen gewoon blijven werken met de FTZ adapter. Maar ik reis veel, en dan is een adapter toch weer een extra onderdeel dat je moet meenemen. Ik ben enorm onder de indruk van de scherpte van de Z objectieven. Op mijn spiegelreflexcamera’s gebruik ik F1.4 objectieven, maar voor de Z heb ik voor de F1.8 versies gekozen om lichter te kunnen reizen. Ik was echt verrast van de kwaliteit."

Heb je een favoriete foto?

"Wat ik het liefst doe, is voor de koers uit rijden en een plekje te zoeken waar je de renners in beeld krijgt wanneer ze voorbijrijden. Na al die jaren heb ik een soort tweede instinct om dat soort plekken te vinden. Dat moet allemaal heel snel gaan, want de motor kan daar niet op de baan blijven wachten. Ik moet dus spurten naar die plek, het beeld maken en dan terug in de race geraken. 

En je hebt maar één kans, want in de finale van een wedstrijd komen de renners aan meer dan 50 km per uur voorbij. Maar als je daar dan staat en je kan de foto maken die je voor ogen hebt, dan geeft dat een enorme kick. 

Zo’n beeld heb ik op het WK 2020 in Italië kunnen vastleggen. Julian Alaphilippe reed voorop. Ik wou hem fotograferen langs de kant van de weg, terwijl hij vlakbij voorbijreed en pannen (meetrekken). Door de hoge snelheid was de kans reëel dat de scherpstelling niet goed zou zijn. Maar zodra ik afdrukte, wist ik dat ik hem had. Het is mijn meest succesrijke foto geworden en hij is overal verschenen. Julian zelf vond hem ook geweldig en er hangt een afdruk bij hem thuis."